woensdag 10 februari 2016

Mening vormen.......

Er kwam een middelbare scholier aan de deur collecteren. Niet met een collectebus, maar met een tablet. Hij collecteerde voor Vluchtelingenwerk Nederland als onderdeel van een project dat hij op school deed: de vluchtelingen van de laatste tijd. Toen ik hem vroeg hoe hij aan zijn interesse voor dit onderwerp kwam, vertelde hij dat er op facebook en twitter steeds berichten kwamen dat al die vluchtelingen eigenlijk terroristen waren, dat bleek wel als je zag wat er in Parijs in het najaar van 2015 was gebeurd. Ik vatte samen: dus voor jou waren vluchtelingen gelijk aan terroristen? Ja, beaamde hij, want dat lees je allemaal op facebook en twitter. Maar door dit project op school was hij er toch anders tegen aan gaan kijken.
Ik was geschokt....informatie op facebook en twitter zijn dus voor jongeren hun informatiebron, geen feiten, geen opinies en discussies over het onderwerp, maar ongenuanceerde 'megafoon' meningen....Je roept gewoon maar wat, want we hebben vrijheid van meningsuiting tenslotte...dus we mogen zeggen wat we vinden.....
Verbijsterend.
Wordt het geen tijd dat we jongeren gaan benaderen en bombarderen met feiten, feiten en nog eens feiten. En dat er op scholen discussies worden georganiseerd met voor en tegenstanders, waarbij leerlingen hun eigen mening leren vormen aan de hand van feiten en discussies?
Ik roep middelbare scholen op hun leerlingen de gelegenheid te bieden om te leren je mening te vormen doordat je feiten en andere meningen combineert en vormt tot je eigen mening. Het vak meningsvorming misschien in het vak Nederlands inbouwen?
Projecten doen is een prima manier, maar daarmee berijk je een beperktegroep leerlingen. En het gaat om onze toekomstige generatie!

donderdag 22 december 2011

IN EEN KRAPPE MARKT IS PROFILEREN EEN MUST!

In alle media wordt gemeld dat de vraag naar de kinderopvang terugloopt. Op het platteland en in de kleinere steden is al sprake van sluitingen van groepen of hele kinderdagverblijven! In de grote steden droogt de wachtlijst razendsnel op. En dan is er sprake van echte marktwerking, iets wat de overheid graag wilde en waar de branche op ingespeeld heeft.
Hoewel is zelf geen voorstander ben van marktwerking in de kinderopvang (het gaat tenslotte om kinderen en niet om producten) zie ik toch voordelen van deze situatie.
Om als organisatie overeind te blijven in deze recessie, zal je je moeten profileren om je klanten, de ouders en kinderen, binnen te krijgen en te houden. En dan is het onderzoek van o.a. Boink op welke items de ouders een kinderdagverblijf uitkiezen een goed hulpmiddel.
Ouders kiezen in 1e instantie het kinderdagverblijf uit waar een lieve, aardige, hartelijke warme groepsleidster werkt. Als 2e punt scoren die dagverblijven waar de uitstraling van het kinderdagverblijf en de groepsruimte hoog is: een leuke vrolijke, opgeruimde, van goed speelgoed voorziende speel-plaats. Daarnaast letten zij op hoe hygiënisch er om wordt gegaan met verschonen en voeding klaarmaken. De buitenruimte speelt ook een rol en hoe de slaapkamers zijn ingericht. Deze punten zijn vooral voor ouders met kleine kinderen (0-2 jaar) de keuzecriteria. Pas als de ouders zelf aan het opvoeden gaan (na het 2e jaar ongeveer), dan komt de opvoedingsstijl van het dagverblijf als belangrijk criterium naar voren.
Kortom zoekt u klanten, zorg dan dat u scoort op bovenstaande criteria.
De lieve en hartelijke groepsleidster die zult u zelf moeten zoeken...maar met de inrichting van de ruimte kan ik u vele tips en adviezen geven. Want inrichting van de ruimtes heeft alles te maken met uw pedagogisch beleid.
Om een voorbeeld te geven: als uw pedagogisch beleid zegt dat u de zelfstandigheid van de kinderen bevordert, dan zult u hun speelgoed op kind-hoogte moeten neerzetten en het opruimen visueel makkelijk moeten maken.
U kunt natuurlijk ook met een stomerij-service en kinderkapper ouders lokken, maar of dat veel met uw corps-bussiness te maken heeft, betwijfel ik...

maandag 5 december 2011

minister (ver)bijsterveldt?

De opmerking van Minister Bijsterveldt over de betrokkenheid van ouders bij de school van hun kinderen roept heel veel reacties op in de media. Deze betrokkenheid dient eventueel geregeld te worden via contracten, als ouders niet meewerken. Van "ik wil mijn ouders niet op school" (VWO-leerling, NRC 3 december) tot 'minister Bijsterveldt geeft het slechte voorbeeld' (Felix Rottenberg, Parool 3 december). Ouders waren 'ver'bijsterdveldt over de oproep, en Bijster ve(e)l(dt) heeft zij er niet van begrepen...volgens velen. Ouders voelen zich in de kou gezet (vooral die 2-verdieners die al zoveel op school doen, 'altijd dezelfde ouders die actief zijn', zeggen zij), anderen benadrukken dat bezuinigingen in het onderwijs door de minister ingezet, logisch tot gevolg hebben, dat de minister (en de scholen) een oproep doet op de ouders.
Voor zover mijn informatie gaat, deed de minister de oproep nadat zij met een aantal scholen heeft gesproken. In die gesprekken kwam naar voren dat ouders zich gedragen als consumenten: ik betaal, dus ik bepaal en verder niet zeuren en geen claims leggen op ons als ouders. En we kennen allemaal die berichten dat er ouders zijn, die verhaal komen halen of druk komen uitoefenen op leerkrachten, als de rapport-besprekingen aan de orde zijn. Of als hun kind in hun beleving niet correct behandeld is op school.
Ook vindt de minister dat de ouders en de school verantwoordelijk zijn voor de overdracht van waarden en normen. De PVV haakt daarop in en vindt dat er weer meer respect moet worden getoond voor autoriteiten door 'Meneer/Mevrouw' en 'U' tegen een leerkracht te zeggen. Weten zij niet dat er uit tientallen onderzoeken is gebleken dat respect niet in de titelatuur zit, maar in de houding. Een kortzichtig standpunt.
Er is een gezegde: it takes a village to raise a child. Zowel ouders, als school als maatschappij nemen deel aan de opvoeding. Laten we gezamenlijk zorgdragen voor een goede opvoeding en opleiding van onze toekomstige generatie en het goede voorbeeld geven door samen te werken n het belang van het kind.
In Amsterdam heeft een avond debatteren over de betrokkenheid van ouders bij hun school o.l.v. wethouder Asscher geleid tot know-how voor de wethouder waar ouders tegen aan lopen in het onderwijs (lange wachtlijsten, lotingen voor scholen, te weinig specifiek onderwijs voor handen). Maar het verslag van dat debat in het Parool van 30 november sluit af met een prachtige conclusie , die ik zelf als ouder op de lagere en middelbare scholen van mijn kinderen heb ervaren: ‘De directeur die betrokken ouders wil, begint de dag bij de voordeur’. De directeuren van de scholen die onze kinderen bezochten, begroeten elke ochtend alle leerlingen (en/of ouders) door een hand te geven bij de deur. Het mes snijdt met zoiets eenvoudigs aan 2 kanten voor ouder en kind: ik ben in beeld bij de school, ze zijn blij met mijn komst, ik mag er zijn/ik ben belangrijk. En dat bewerkstelligt meer betrokkenheid, dan een brief van de minister en contracten met de ouders!

zaterdag 5 november 2011

te goed?

In het parool van 25 oktober stond een artikel naar mijn hart: 'ouders kunnen het ook te goed doen'. In het kort komt het erop neer dat ouders zo graag willen voorkomen dat hun kind een negatieve ervaring in de vorm van pijn, frustratie, verdriet e.d. heeft, dat ze daarmee voorkomen dat een kind überhaupt ervaart wat een negatief gevoel is, en vervolgens hoe het hiermee moet omgaan. Het gevolg hiervan is dat deze kinderen in hun volwassen leven voornamelijk applaus willen hebben in werk en relatie, terwijl dat niet in verhouding staat met de geleverde prestatie. Soms zijn prestaties nl. gewoon….En zodra ze dat applaus niet in het werk/relatie krijgen, zoeken ze het weer bij diegenen die het is hun jeugd gaven: de ouders! Ik denk dat het van essentieel belang is dat kinderen naast positieve ervaringen ook negatieve dingen ervaren in hun leven. En de positieve ervaringen geven hen de gelegenheid om te ervaren dat ze iemand zijn die iets kan, een positief gevoel. Voorbeeld: een baby van onder het jaar wordt vaak door ouders neergezet in box of op de grond, omdat 'het al kan zitten'. Maar kan het zitten omdat het zich dat zelf geleerd heeft of omdat het steeds met gestrekte rug bij de ouder op schoot zit? De ervaring voor een baby als hij/zij steeds op de rug gelegd wordt, is zo groot: het gaat van rug op buik (dit biedt een andere kijk op de wereld) en het kan zelf beslissen in zit te gaan (wat weer andere mogelijkheden biedt t.a.v. speelgoed: je hebt beide handen vrij).Soms lukt het, soms niet, soms rolt het weer terug, of komt het van zit niet meer terug in lig omdat er een been tussen zit....dat heet frustratie en dat gevoel mogen ze ervaren. De 'mega'-ervaring om dit allemaal zelf te kunnen doen/beslissen wordt ontnomen als je het kind rechtop neerzet. En juist de herhaling van de ervaring geeft zoveel positief gevoel aan de baby (en de ouder), daar kan geen applaus van de ouder tegenop. En op de negatieve gevolgen van hun pogingen die niet lukken, kan een ouder de helpende hand bieden. Tenslotte is de ouder daarvoor: als kind kan zij/hij je uit een benarde positie bevrijden, gelukkig maar!

donderdag 18 februari 2010

berlijn: een kindvriendelijke stad!

Berlijnse jeugd mag wettelijk krijsen
NRC 17/2/2010
Mijn oog viel op een artikeltje, klein, onderaan de pagina in het NRC van gisterenavond: ‘Berlijnse jeugd mag wettelijk krijsen’.
Zo’n kop nodigt uit tot verder lezen, zeker vanuit mijn vakgebied. Een aantal maanden geleden heb ik op de website van de NRC in een ingezonden brief mijn mening gegeven over de overlast van creches in Amsterdam en de reacties van de buurtbewoners hierop. Kort gezegd kwam mijn redenatie erop neer, dat men met elkaar moest leren samenleven. Overleg over overlast voor de buren moest mogelijk zijn, een kinderdagverblijf met buitenspelende kinderen ook.
Berlijn is nog een stapje verder gegaan. Zij hebben de wet- en regelgeving zo aangescherpt, dat klagers in ieder geval worden ontmoedigd om hun gram te halen bij de gemeente.
De motivatie van de stad Berlijn, nl dat het kindergeluid vanzelfsprekend als uitdrukkingsmiddel past bij de kinderlijke ontwikkeling. Ik kom regelmatig op kinderdagverblijven in Amsterdam en informeer dan steeds naar de buitenspeelmogelijkheden en de reacties van de buurt op het buitenspelen van de kinderen. Veel kinderdagverblijven passen hun buitenspelen aan aan de buurtwensen: alleen bepaalde tijden buitenspelen; soms zelfs niet in de tuin/speelplaats spelen, maar gaan wandelen in het park; kinderen niet met elkaar alleen(zonder begeleiding) buiten laten spelen.
Met de stad Berlijn ben ik het eens dat lawaai maken eigenlijk hoort bij de ontwikkeling van kinderen. In hun enthousiasme gebruiken ze hun stem op verschillende manieren en toonhoogten, frequenties en volume. Dat hoort erbij. Dat neemt niet weg dat andere mensen zichtbaar niet tegen kindergeluiden kunnen. Sommige buurtbewoners hadden het overigens niet over het lawaai van de kinderen maar over het roepen/schreeuwen van de groepsleiding op de buitenspeelplaats. Tip voor de groepsleiding: zorg dat het kind dat je roept, een afstand heeft tot jou zoveel als zijn leeftijd: een kind van 4 kan je bereiken binnen een afstand tussen jou en het kind van 4 meter! Verder weg heeft geen zin, want het kind hoort je niet en reageert dus niet. Dat hoeft dus niet heel hard te zijn.
Samenleven is samen-werken aan een prettige omgeving voor iedereen!

woensdag 27 januari 2010

reactie op 'crèches bieden teweinig opvoeding' metro 26 jan 2010

in de Metro van gisteren stond groot en op de eerste pagina dat er in de crèches te weinig wordt opgevoed.
Er vallen mij een paar dingen op:
het woord 'crèches' wordt steeds meer gebruikt waarschijnlijk omdat het korter is dan het woord kinderdagverblijf of kinderopvang. Zelf vind ik het een hard-klinkend woord en daarom niet prettig om te gebruiken.
Maar het gaat mij natuurlijk over de inhoud van de krantenkop: er wordt teweinig opgevoed. Tavecchio, een ras-pleitbezorger van de kinderopvang (want hoogleraar op de leerstoel: kinderopvang) heeft maar één doel: de kwaliteit van de kinderopvang verbeteren. En dat is heel erg hard nodig. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op de regel: er zijn een heleboel kinderdagverblijven die pedagogisch goed functioneren.
Ik zelf heb door mijn werk als trainer-pedagoog zicht op de kleine kinderdagverblijven in de hoofdstad, de éénpitters, en mijn bevindingen zijn bedroevend. De momentopnames dat ik er was, gaven een beeld van veelal een chaotische vorm van opvang. Uitzonderingen daargelaten, natuurlijk.
Ik wil graag één beeld schetsen:
ik klop op het raam (de bel ontbreekt) om een folder af te geven en gluur door het (winkel)raam (om te kijken of men het klopje opmerkt) en zie in de donkerte achterin de ruimte een leidster aan tafel zitten met 10 kinderen om haar heen. Ze deelt de bekers met drinken aan de kinderen, maar houdt ondertussen een mobiel aan haar oor. Als ze mij opmerkt staat ze op en loopt naar de deur met de mobiel aan haar oor. Ze doet de deur open en ik zie de tranen over haar wangen lopen, terwijl ze vraagt wat ik kom doen. Men kan zelf invullen wat hier aan de hand is....
Men kan zeggen dat er hier wordt opgevoed: ook volwassenen hebben wel eens verdriet....maar of deze situatie goed is voor de kinderen....ik weet zeker van niet.
Zo kom ik wel vaker in kleine kinderdagverblijven in amsterdam, waarbij de haren je te berge rijzen....Toen ik bij de GGD Amsterdam informeerde naar controlles, kreeg ik een onbevredigend antwoord. En dat sluit weer aan bij het artikel in de metro: de controlles van de GGD moeten anders.
Door de marktwerking die de overheid heeft bewerkstelligd, is misschien het tekort aan kinderopvangplaatsen verminderd, maar de kwaliteit is bedroevend slecht geworden: de overheid trekt zijn handen af van kinderen van 0 tot 4 jaar! Schandalig, de meest belangrijke leeftijd in een mensenleven wordt overgelaten aan de marktwerking, ook wat de controlle betreft. En na het 4e jaar komt opeens de overheid met een inspecteur het onderwijs binnen stappen, om de kwaliteit te controleren. Onbegrijpelijk!